De Kelten waren afkomstig uit Midden Europa, vermoedelijk benoorden de Alpen. Zij waren afkomstig uit de driehoek Slowakije, Polen, Oekraïne met als centraal punt de plaats Lemberg, die nog steeds bestaat. Hun voorouders trokken van de Zwarte Zee naar Oost Europa in ongeveer het 3e millennium v.Chr.. Bekend is dat zij als huurleger de staat Galatië hebben gesticht in het huidige Turkije. Ze zijn verwant aan de Germanen, Grieken, Latijnen en andere Indo-Europeanen wier voorouders in dezelfde groep 'emigranten' zaten. Over hun profilering van de andere Indo-Europeanen als aparte groep is weinig met zekerheid te zeggen maar vermoedelijk gebeurde dit tussen 2000 en 1000 v.Chr. Belangrijke opgravingen uit het oorsprongsgebied van de Kelten werden in het begin van de 20ste eeuw gedaan in La Tène en Hallstatt. Vanaf ongeveer 750 v.Chr. begonnen zij zich in noordwestelijke richting te bewegen tot zij rond 400 v.Chr. het grootste deel van West-Europa bewoonden. Waarschijnlijk gingen de niet-Indo-Europese volkeren die ze tegenkwamen na verloop van een paar generaties in de Kelten op. In de 3e eeuw v.Chr. vielen Kelten zelfs Griekenland en Turkije binnen. Daar werden ze bekend als de Galaten. In de 4de en 3de eeuw voor Chr. bezetten de Kelten Noord-Italië en de gebieden van de Etrusken en bedreigden ook de toen nog kleine Romeinse Republiek. Een Keltische stam onder leiding van Brennus bezette zelfs de stad Rome en was slechts bereid te vertrekken nadat de Romeinen een grote afkoopsom aan hem betaald hadden.Dat de Kelten zich over een zeer groot gebied gevestigd hadden, is nog aan veel woorden zoals eigennamen te herkennen waar het element "Gal" voor "Kelt" in voorkomt:

Assimilatie van de Kelten

Vanaf 100 v.Chr. veroverden de Romeinen - die hun imperium aan het uitbreiden waren - de meeste Keltische gebieden in Europa behalve de meest westelijke delen in tegenwoordig Ierland en Schotland. In het Romeinse Rijk kwam een proces van romanisering op gang. Dit werd niet actief aangemoedigd door de Romeinen maar dit was eerder een spontaan proces. Zo verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties van het toneel. Alleen in afgelegen streken op het minder dicht bevolkte platteland wist de Keltische identiteit zich langer te handhaven. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur.  

Cultuur

Of er werkelijk sprake is geweest van een volk waarvan de leden zichzelf beschouwden als "Kelt" is niet zeker. Waarschijnlijk was de eerste groep waarvan hun identiteitsgevoel uitging hun eigen plaatselijke stam, die vaak met andere Keltische stammen rivaliseerde, en was een meer "universeel" Keltisch gevoel niet zo belangrijk. Wel is zeker dat er sprake is geweest van een Keltische cultuur met veel gemeenschappelijke elementen. De Kelten maken vaak gebruik van prehistorische bouwwerken om er hun eigen feestelijkheden in te houden (bijvoorbeeld in de steenkringen in Carnac, Frankrijk en in Stonehenge in Wiltshire, Verenigd Koninkrijk). Zo vermengt hun cultuur zich met die van nog oudere bevolkingsgroepen. Daarnaast hadden ze ook heilige bomen waar ze hun religie bedreven.

Religie

Er zijn geen geschriften van de Kelten zelf overgebleven, wel historische van Romeinen als Strabo waarin naar hun religie gerefereerd wordt. Blijkbaar kenden zij een oneindig aantal goden, ongeveer zoals het Hindoeïsme vandaag nog, want zowat iedere plaats of clan had haar eigen beschermgod. Daarboven waren er wel nog een beperkt aantal godheden die wat meer algemeen voor kwamen.
De Keltische mythologie is ontstaan als een natuurgodsdienst. Goden werden eerst als dieren gezien, en dieren als goden, want goden konden zich veranderen in dieren. Zij moesten vooral gunstig gestemd worden met offers, ook mensenoffers bij gelegenheid. Toen de Keltische leider Brennus volgens een mythe door Griekenland trok en er het Orakel van Delphi stal, moest hij erg lachen om het feit dat de Grieken de goden als mensen voorstelden. Diodorus Siculus zegt dat hij in ieder geval een aantal stenen en houten beelden van goden in Delphi had bespot om die reden.

De Keltische religie was polytheïstisch in aanleg, al was bijvoorbeeld in Ierland de oppergod of algod Dagda bekend, die op de harp speelde. Verder werden de goden meestal vereerd als triades en later afgebeeld met drie gezichten. Volgens sommigen zou het concept van de Heilige Drievuldigheid in het Christendom later zijn ingevoerd onder deze Keltische invloed.

Strabo meldt dat het een ingewikkelde godsdienst was, die de Kelten erop na hielden. Zij geloofden in een instant hiernamaals. Wie stierf werd onmiddellijk herboren, los van goede of kwade daden. Er was slechts een vage scheidingslijn tussen deze wereld en die aan de andere zijde van dit leven. Deze lijn loste op bepaalde plaatsen en tijden zelfs helemaal op en dan liepen doden, goden, geesten en mensen er even allemaal door elkaar. Zo moest men op Samhain opletten om niet door geesten te worden meegenomen. Een uitgeholde biet met een kaarsvlammetje erin kon ze wel afschrikken en men kon zich ook als een dode of geest vermommen om ze te misleiden.

Er waren weinig echte heiligdommen. Bergen, open water, vooral bronnen, en ook open plaatsen in het bos, en bepaalde bomen, hadden wel een eigen status. De cultus van heilige bronnen (zoals in Bath, waar zelfs een Romeinse tempel bij werd gebouwd), ging al terug tot de bronstijd en werd evenzeer door de Germanen voortgezet. Wel zou er hier en daar een soort houten tempel zijn gebouwd, die dan met doodshoofden van overwonnenen werden behangen. Het tempeltje van Barger-Oosterveld zou aan die vorm beantwoorden.

Vates

Vates waren zieners. Het was een zekere klasse van priesters die vanwege hun hoge kennis en kunde hoog aanzien genoot. Ze hadden de functie van intellectuelen, astronomen, bemiddelaars, rechters, en ook waarzeggers. Ze bestaan nog steeds als 'travelers' of 'tinkers'. Deze mensen waren in staat helder te zien en de toekomst af te lezen uit bijvoorbeeld de studie van levers van schapen en geiten of van kadavers. De minderen onder hen werden volgens Strabo beschouwd als natuurfilosofen. Ook vrouwen waren vates of priesteressen, al konden zij geen druïde worden. Wel zouden priesteressen naast de druïden hebben gestaan om goddelijke wraak over de vijanden, zoals de Romeinen, af te roepen, toen die bijvoorbeeld Mona op het eiland Anglesey bestormden.

Céli dé

Er was hier en daar een grote kluizenaarsgemeenschap, van leden die de gewone gang van zaken in vraag stelden, met de vaak onophoudelijke stammentwisten en oorlogen, en zich wensten terug te trekken uit de samenleving. Voor de Ieren waren deze kluizenaars tegelijk heilig en gek. Hun gedrag was immers diametraal in tegenstrijd met de clangeest, die de gewone stammen heel sterk overheerste. Vooral op de Hebriden, maar ook op de Faeröereilanden en tot zelfs in IJsland zaten zij. Ze gebruikten om zich te vestigen de steenhuttentechniek, die nog uit de bronstijd stamde, en maakten daarmee individuele cellen, meestal langs elkaar gegroepeerd.

Druïden

De druïden namen een zeer belangrijke plaats in binnen de Keltische samenleving, al blijft hun status in een waas van geheimzinnigheid gehuld. Het waren meer dan priesters: zij traden ook op als opperste rechters en als raadsheren van de Keltische leiders. Zij waren zeer nauw verbonden met de natuur en baseerden hun raadgevingen en voorspellingen voornamelijk op (voor-)tekenen uit de natuur. Ze fungeerden eveneens als het 'geheugen' van de stam en hadden bijvoorbeeld een enorme kennis van de sterren. Zij bepaalden de kalender en de 'gunstige' en 'ongunstige' dagen. Iedereen kon druïde worden, in de zin dat de functie niet erfelijk was . De enige voorwaarde was een heel groot aantal verzen van buiten leren. Zo bleven sommigen 20 jaar in de leer. Het was een broederschap die de stammen en de grenzen overschreed. Er werd op de jaarlijkse bijeenkomst in Gallië vaak ook een druïdenpaus gekozen. Hun verzamelplaats was een open plek in een eikenwoud. Het woord 'druïde' is verwant met het Keltische woord voor 'eik'. Zo was de verzamelplaats van de Galaten bekend als Drunemeton ("eikheiligdom"). Stonehenge is niet door druïden opgericht, maar werd mogelijk wel op zeker moment door hen benut.

Ze waren uit hoofde van hun ambt van belasting en krijgsdienst vrijgesteld, maar werden nauw betrokken bij diplomatie en politiek in het algemeen. Oorlog of vredesonderhandelingen werden enkel na hun goedkeuring begonnen. Strabo beschreef ze als "hoogst rechtvaardige mannen" en ze bezaten een aanzienlijke macht. Wie wetten overtrad of bepaalde aanvaarde gewoonten schendde, kon van het bijwonen van bepaalde plechtige vieringen worden uitgebannen door hen. En festivals waren er bij de vleet bij de Kelten. Een dag op drie was een feestdag. Dit was een vrij zware straf in de clangemeenschappen, waar het leven in gemeenschap de overhand had op dat van het individu. De druïde waakte over de identiteit van de stam of de clan.

De druïden zijn waarschijnlijk in de 4e eeuw v.Chr. ontstaan en kwamen eerst enkel in Gallië voor. De Romeinen waren erg op hen gebeten, vanwege hun invloed en hun afkerigheid tegen de aanwezigheid van de buitenlandse macht. Ze werden door de Romeinen gezocht en omgebracht. In Bretagne zijn ze zeer lang ondergronds gegaan.

Helaas zijn er pas laat, in de Vroege Middeleeuwen, Keltische mondelinge overleveringen op schrift gesteld. Tegen die tijd waren de meeste Kelten al christen geworden en stelde de Kerk de druïden in een slecht daglicht. Zo verdween de druïdenklasse en met hen ook hun kennis. Het meeste wat we van hen weten zijn verhalen en mythen van de Ierse en Britse Kelten. Van die van de Gallische, Iberische en overige 'continentale' Kelten weten we bijna niets meer.

Keltische feestdagen

Het religieuze jaar was in vieren verdeeld door telkens een belangrijke overgangsdag, waarop werd feestgevierd, meestal meerdere dagen. Deze speelden een rol in de Keltische mythologie:

Samain of Halloween : de vooravond van 31 oktober, als einde van het jaar en begin van het nieuwe.

Imbolc : de vooravond van 1 februari, gewijd aan de vruchtbaarheidsgodin Brigit.

Beltain : de vooravond van 1 mei, ter ere van de god van leven en dood Bel

Lugnasa of Lughnasadh : de vooravond van 1 augustus, voor de zonnegod Lugh en de viering van de oogst.


Home