Goden  de mannelijke kant

Arthur :

De overbekende koning/halfgod, uit onder andere de Graalverhalen. Hij werd koning nadat hij het magische zwaard Excalibur uit een rots (volgens anderen een aambeeld) had getrokken, iets waar vele machtigen der aarder voor hem niet waren in geslaagd. Hij was gehuwd met Guinevere, die hij echter verloor aan zijn compaan en voorheen trouwste ridder Lancelot van het meer. Hij vocht samen met zijn Ridders van de Ronde Tafel een verbeten strijd aan met Mordred, zijn zoon. Na een laatste desastreuze veldslag waarin vrijwel alle Ridders en Mordred sneuvelden gaf ook hij de geest, maar pas nadat hij het zwaard Excalibur door een trouwe vazal -volgens anderen dan weer door Merlijn- liet terugbrengen naar de Vrouwe Van Het Meer. Zij bewaart het zwaard tot het weer nodig zal zijn om Brittanië te verdedigen. Na de laatste slag werd Arthur overgebracht naar Avalon waar hij zal rusten tot het land hem nodig heeft.

Balor :

Eenogige reus uit het geslacht van de Fomore. Hij hield zijn oog altijd dicht, behalve in de strijd, want zijn blik was dodelijk en koste vele vijanden het leven. Zo doodt hij in de tweede slag van Mag Tuired Nuada, de koning van de Tuatha de Danann. Wanneer hij zijn blik opnieuw wil richten wordt hij echter gedood doordat de Tuatha God/held Lug met zijn slinger het oog uitrukt.

Belenos :

Keltische lichtgod wiens cultus over vrijwel het gehele continentaal-keltische gebied was verpreid (Alpen, Gallië en Noord-Italië). Hij wordt vaak gelijkgeschakeld met de romeinse God Apollo. Zijn gemalin was de licht- en vuurgodin Belisama, die vergelijkbaar was met Minerva.

Bile :

Wordt gezien als de stamvader van de huidige Ieren. Samen met zijn zoon Mil verdreef hij de Tuatha de Danann naar de Sidhe ofte Feeënheuvels. Hij kwam op 1 mei aan samen met de Godin Ith. Bij hun aankomst ontmoette deze groep drie Godinnen waarvan er een, Eriu, haar naam gaf aan het land : Eire

Bran :

Grote Keltische cultuurheros. Hij was de zoon van de zeegod Llyr de beschermheer van de barden. Na zijn dood werd zijn hoofd begraven op de White Hill in Londen, dat is de plaats waar heden ten dage de Tower staat. Zolang het hoofd daar blijft zal Engeland geen invasie kennen. Zijn naam betekend Raaf, vandaar de Raven op de Tower en het belang dat aan hun verblijf daar gehecht wordt.

Bres :

Ierse vruchtbaarheidsgod van het geslacht der Fomore. Als teken van verzoening aanvaarden hun vijanden, de Tuatha de Danann, hem als hun koning. Hij huwt de godin Brighid, maar ontpopt zich tot een tiran en wordt afgezet. Later krijgt hij gratie en maakt van Ierland weer een vruchtbaar land.

Camulos :

Stamgod van de Belgische Remi, een stam uit de buurt van Reims. Vergelijkbaar met de romeinse Mars. Zijn faam drong ook door in Brittanië waar de stad Camulodunum -het huidige Colchester- naar hem werd genoemd.

Cernunnos :

Gehoornde God (meestal met hertengewei) van de vruchtbaarheid, de rijkdom, het dierenrijk en de onderwereld. Zijn beeltenis werd op vele plaatsen op het vasteland gevonden, onder andere in Parijs onder de Notre Dame en op de Gundestrup ketel.

 Cocidus :

Noord-engelse krijgsgod, vaak geassocieerd met Mars. Er zijn ook connecties met Sylvanus als God van het vuur en de fauna.

Cuchulainn :

Zoon van de God Lug en de koningsdochter Dechtire. In normale toestand is hij een jongeman van buitengewone schoonheid. Wekt men echter zijn woede op dan verandert hij in een afzichtelijke, hitte uitstralende vechtmachine.

Dagda :

Iers-keltische aard- en verdragsgod van de Tuatha de Danann. Zijn attributen : een ketel waaruit iedereen onbeperkt kan eten, een magische harp en een grote knuppel die zowel kan doden als uit de dood laten verrijzen. Hij wordt gelijkgesteld met Gwyddion (Gwydyon) en Sucellos.

Dian-Cecht :

God van de geneeskunde van de Tuatha de Danann. Wanneer de koning van de Tuatha de Dananne , zijn broer, een arm verliest op het slagveld maakt hij voor hem een zilveren prothese.

Finn :

Held in veel Ierse sagen. Hij kan naar goeddunken de gedaante van een hond, een edelhert of een mens. Zijn gemalin is de hinde Saar. Zijn naam betekent wit of Blond.

Grannus :

Gallische god van de geneeskunde en de warmwaterbronnen. Hij werd vereerd in Aquae Granni (het huidige Aken). De Romeinen vergelijken hem met hun eigen Apollo.

Gwydyon :

In Wales vereerd lid van de Tuatha de Danann. Hij is de God van de oorlog en van de welsprekendheid en dichtkunst. Zijn partner is Arianrod. In Wales is de melkweg naar hem genoemd : Caer Gwydyon, de burcht van Gwydyon.

Lir, Ler (Ierland) of Llyr (Wales) :

Zeegod, moedigste telg van de Tuatha de Danann. Hij is de vader van Manannan (ierland) ofte Manawyddan (Wales).

Loucetus :

Krijger god die in heel het Keltische gebied werd vereerd, met als centrum Trier. Zijn naam betekent “de Stralende”. Zijn gezellin is Nemetona, de Godin van het Heilige woud.

Lug :

De Lichtende, één van de belangrijkste goden, zowel in Ierland als in Gallië. Hij was de Zoon van Dan en de vader van Cuchulainn. Zijn bijnaam is “Samildanach”, Hij die alles kan. Hij is een meester in oorlog voeren, vrede stichten, magie, poëzie, smeden, wetenschappen, ambachten, wetenschappen en ga zo maar door.

Maponus :

Romeins-keltische oorlogsgod, vooral vereerd bij de muur van Hadrianus in noord Engeland. Hij was ook de god van de jacht, de geneeskunde, de poëzie en de muziek. Tevens een zonnegod, veelal gelijkgeschakeld met de Romeinse Apollo, waarmee hij de attributen en vaak de altaren deelt.

Manannan / Manawyddan (Wales) :

Zoon van de zeegod Lir (Llyr in Wales). Hij is een gevreesd tovenaar en is belast met weersvoorspelling. Geldt ook als dodengod.

Midir :

Telg van de Tuatha de Danann en heerser over Mag Mor. Hij werd getroffen door een hazelaartwijg en verloor daarbij een oog. Dit wordt later door Dian-Cecht teruggeplaatst.

Nodens :

God van de geneeskunst met een tempel in Lidney, Gloustershire, bij de monding van de Severn. Nuada : God van de koninklijke macht. De veldslagen van Mag Tuired worden hem fataal. In de eerste verliest hij zijn arm, die wordt vervangen door een zilveren exemplaar, gemaakt door zijn broer Dian-Cecht. In de tweede slag wordt hij gedood door de blik van Balor.

Oengus of Angus :

Nog een lid van de Tuatha de Danann. Hij is een mooie jongeling die het Keltische equivalent is van de overbekende romeinse Cupido.

Ogma :

Één van de Tuatha de Danann, en god van de welsprekendheid. Hij is de uitvinder van het Ogham-schrift, maar hij sneuvelt bij de tweede slag van Mag Tuired. Zie ook Ogmius

Pwyll :

Het Welshe hoofd van de onderwereld. Gemaal van Rhiannon.

Smertios :

Oorlogsgod van de Gallische Treveri uit het gebied van het huidige Trier.

Sucellos :

Gallische Godheid waarvan ons geen duidelijke eigenschappen bekend zijn.

Taranis :

Dondergod en meester van de Hemel, zowel in Gallië als in Brittanië. Hij wordt voorgesteld met een bliksemschicht en met een rad, dit laatste als symbool van zijn functie als zonnegod.

Tethra :

Koning van de Fomore, die gedood wordt bij de eerste slag van Mag Tuired en sindsdien heerst over het dodenrijk Mag Mell.

Teutates :

Zeer belangrijke Gallische Godheid. Hij patroneert zowel de oorlog, de vruchtbaarheid als de rijkdom. Zijn naam betekent “Vader van de stam”. Hij heeft vele bijnamen waaronder : Albiorix (koning van de wereld), Lucetios (de stralende ) en Caturix (koning van de strijd)

 

Godinnen, de Vrouwelijke Kant

Ana of Anu :

Moeder van de Goden en vruchtbaarheidsgodin uit de Iers-Keltische traditie. Twee afgeronde heuveltoppen uit Kilarny zuid-west Ierland werden naar haar “the Paps of Anu”, de Borsten van Anu, genoemd.

Arduinna :

Godin van het woud en de jacht, vereerd in Gallië, vooral dan in de naar haar genoemde Ardennen in België, Luxemburg en Frankrijk. Zij heeft een everzwijn bij zich en wordt vergeleken met de romeinse Diana.

Brigit, Brighid of Bridget :

Ierse Godin van de Tuatha De Danann. Zij was de dochter van Dagda en de gemalin van de Fomore
-God en Koning Bres. Haar feest was Imbolc op 1 februari. Later werd zij gekerstend als de populaire Ierse heilige Saint Brigit of Kildare.

Coventina :

Bron- en watergodin of -nimf vooral vereerd bij de muur van Hadrianus. Zij was ongetwijfeld de belangrijkste Godin van de streek.

Dan, Dana of Dan (Ierland) Don (Wales) :

Moedergodin van de Tuatha De Danann. Zij is de Moeder van onder andere Dagda, Dian-Cecht, Lug, Lir, Ogma en Nuada.

Epona :

Gallische paardengodin en beschermster van de ruiters. Zij wordt afgebeeld met een of meerdere paarden en vaak een hond en/of een hoorn des overvloeds. Dit laatste wijst op een functie als moedergodin. Dat haar cultus zeer sterk stond aan de grenzen van het romeinse rijk is een indicatie dat zij ook een connectie had met het militaire. Zij was zeer populair onder de romeinse cavalerie.

Eriu :

Fomore-godin uit Ierland. Zij gaf dit eiland zijn naam (Eyre, Eire of Eiriu). Ze was de moeder van Bres.

Machas :

Drievoudige Ierse Godinnen. Ze zijn zowel godinnen van aarde en moederschap als van oorlog.

Matres of Matronae :

Moedergodinnen voorgesteld als maagd, moeder en oude vrouw. Ze waren in heel het Keltische gebied zeer populair maar hun cultus varieerde sterk van streek tot streek. Zij staan voor levenskracht en vruchtbaarheid.

Morrigan of Morrigu :

Oorlogsgodin en Godin van de geesten. Als een raaf (of kraai) raasde ze over de slagvelden, die naar haar “land van Badb” werden genoemd. Badb was één van haar verschijningsvormen, andere zijn Macha en Nemain.

Nantosuelta :

gezellin van Sucellos, vereerd in Gallië. Haar verschillende attributen verwijzen naar haar functies. Als vruchtbaarheidsgodin beheert zij de hoorn des overvloeds, als beschermgodin van het gezin wordt zij voorgesteld met een huisje. Naast deze patronages is zij ook een Godin van het dodenrijk.

Nemetona :

Godin van het heilige woud, het “Nemeton”. Zij is de levensgezellin van Loucetus. Ook water en bronnen worden door haar gepatroneerd.

Rosmerta :

Met haar hoorn des overvloeds en haar stok met twee slangen is zij een moedergodin en goding van de rijkdom uit het noordoosten van Gallië. Haar gemaal is de God Esus. In het naar haar genoemde Rosmeer, tussen Tongeren en Maastricht was een bron aan haar gewijd. Deze geeft nog steeds water maar is inmiddels gekerstend tot Sint-Bertilliabron.

Sheila-na-gig :

Een Britse vruchtbaarheidsgodin die met gespreide benen haar geslachtsdelen toont om zo de dood te bezweren. Ondanks deze weinig kuise houding wordt zij vaak aan de buitenkant van kerken afgebeeld, ditmaal om het kwaad af te weren.

Sulis :

In Aquae Sulis (het huidige Bath in Somerset, Engeland) werden een tempelcomplex en badgelegenheden gebouwd bij de heetwaterbronnen die aan haar gewijd zijn. Zij wordt, zoals blijkt uit veel vervloekingstabletten die in de bronnen werden gevonden, vaak aanroepen om wraak te nemen of onrecht te herstellen.

Tailtiu :

Ierse aardgodin die de voedster was van Lug tot deze oud genoeg was om met de wapens om te gaan.

 Home
  no-rightclick